Stille grond

Auteur(s): Sanneke van Hassel
Taal: Nederlands
0,1875/5
2 recensies
Stille grond
Stille grond
Stille grond

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jannie Trouwborst
4/5

Conflict in lawaaiig, druk en overvol Rotterdam

[Recensie] Landa en Johannes, de twee hoofdpersonen uit de roman Stille grond van Sanneke van Hassel, lijken uit twee totaal verschillende werelden te komen. Zij woont met haar man Leon en pas geboren dochtertje Cato in het luxe appartementencomplex Domus Aurea en kijkt (letterlijk en figuurlijk) neer op de rommelige opvang voor kwetsbare mensen waar Johannes werkt: Smallenburg. Landa zou het liefst willen dat de opvang verdwijnt, zodat er een parkje met speelgelegenheid voor kinderen kan komen. Johannes is gehecht aan de plek en hoopt na vele verhuizingen nu eindelijk een plek gevonden te hebben voor zijn cliënten waar ze voor langere tijd kunnen blijven. Om ze nog meer zinvolle bezigheden te kunnen bieden, is hij een moestuin begonnen bij de opvang. Maar ook omdat het hem herinnert aan zijn jeugd in het landelijke Noord-Holland.

Landa is nog erg onzeker over haar moederschap. Ze heeft niemand om op terug te vallen. Haar man is druk met zijn werk, terwijl zij het hare kwijtgeraakt is door de crisis kort nadat ze vertelde dat ze zwanger was. Haar moeder is sinds het overlijden van Landa’s vader snel achteruit gegaan, lijkt haar dochter niet meer te kennen en is niet geïnteresseerd in haar kleinkind. Aan haar twee vriendinnen heeft ze ook niets. Een nieuwe baan vinden blijkt niet zo gemakkelijk en al is ze blij met haar dochter, de invulling van haar dagen ervaart ze al snel als weinig zinvol. Zeker als Leon voor een goede oppas zorgt, zodat ze haar handen vrij heeft om te ‘netwerken’ zoals hij zegt. Alleen… ze heeft helemaal geen netwerk. Cato en de oppas kunnen het prima vinden, Landa voelt zich steeds overbodiger als ze doelloos rondjes rijdt door Rotterdam of ergens in een café op haar laptop naar vacatures zoekt. Eigenlijk is het dan geen wonder meer dat ze zich met verbetenheid stort op haar idee van een parkje op de plek van de opvang Smallenburg. Ze is bereid daarvoor heel ver te gaan.

Johannes heeft ook niemand. Zijn ouders leven niet meer en zijn zus woont ver weg. Streng opgevoed in een religieus milieu door een hardhandige vader koos hij er al snel voor het huis te verlaten en een opleiding te volgen tot sociaal werker. Op veel plekken heeft hij gewerkt en meegemaakt dat de regels hoe om te gaan met kwetsbare mensen steeds veranderden. Hij verbaast hem, hij heeft zich er maar bij neergelegd, al kan hij niet wennen aan het idee dat er steeds minder begrip is voor de medemens die het om wat voor reden dan ook niet redt in de huidige samenleving Ook kan hij niet goed omgaan met de enorme bureaucratie, vergaderfrequentie en de politieke spelletjes die nodig zijn om de opvang in stand te houden. Tot aan fraude in zijn administratie toe.

Om en om krijgen Johannes en Landa het woord in de roman. Ze komen echter nauwelijks met elkaar in contact. En hoewel ze tegenstrijdige belangen hebben, hebben ze veel meer gemeen dan ze ooit zullen beseffen. Beiden hadden een liefdeloze jeugd met een tekort aan aandacht. Beiden hunkeren naar een zinvol bestaan, een ideaal om voor te vechten. Johannes begint uitgeblust te raken, Landa voelt zich overbodig en niet gezien.

Dat stille stukje grond daar beneden aan de flat wordt de inzet van een conflict, door Landa in gang gezet. In een parkje zal ze andere moeders spreken, kunnen buurtfeesten gehouden worden, zal ze eindelijk contacten opdoen. De buren in de flat, die nu nog zo afstandelijk zijn, zullen haar dankbaar zijn. Elk wissewasje grijpt ze aan om Smallenburg en haar bewoners in diskrediet te brengen. Op vergaderingen probeert Johannes zich te verdedigen. Het gaat haar niet snel genoeg. Ze besluit  een rechts-populistische partij in te schakelen en gaat uiteindelijk over tot een wel erg riskante actie.

Ook op Johannes begint de eenzaamheid te drukken. Hij koos het vak om mensen te redden, op het goede spoor te zetten, dat lukt nog nauwelijks. Maar dan verschijnt er ineens iemand bij de opvang die hem uit zijn moedeloosheid haalt. Ook zijn daden worden riskant.

Komt er een winnaar uit deze symbolische strijd? Niet echt, er zijn wel veel slachtoffers. Het leven van Landa of Johannes is er niet wezenlijk door veranderd. Een oprisping in beider bestaan, meer zal het uiteindelijk niet blijken te zijn.

Veel bewondering heb ik voor de uitwerking van de karakters van zowel de hoofd- als bijfiguren in deze roman. Levensechte mensen komen tevoorschijn door de opmerkingen die ze maken en de manier waarop ze zich gedragen. Ze hoeven nauwelijks meer beschreven te worden: je ziet ze meteen voor je: de bemoeizuchtige, egocentrische ‘vriendin’ Cleo, de rechts-populistische Jos de Palm, Mama Martina, de warme kokkin van Smallenburg en vele anderen. Een bonte stoet. In een grote stad die neergezet wordt zoals ze is: lawaaiig, druk en overvol. En zo zal blijven, ook als Johannes en Landa vertrokken zijn en het stukje Stille grond een andere bestemming krijgt.

Sanneke van Hassel (Rotterdam, 1971) is tot nog toe vooral bekend als auteur van verhalenbundels. Ze beheerst dit genre dan ook zo goed dat ze er al meerdere prijzen mee in de wacht sleepte. Na haar debuut IJsregen (2005) verschenen Witte veder (2007), Ezels (2012) en Hier blijf ik (2014). Als enthousiast pleitbezorger van het korte verhaal stelde ze met Annelies Verbeke de bundel Naar de stad (2012) samen: een bloemlezing met hedendaagse korte verhalen uit de hele wereld. Stille grond is haar tweede roman. In 2010 verscheen haar eerste roman Nest.

Eerder verschenen op mijnboekenkast

Recensie door: Anke Cuijpers
3,5/5

De modderkluiten krijgen

[Recensie] In Stille grond zet Sanneke van Hassel twee leefwerelden tegenover elkaar. Ze schetst de kloof tussen de mensen die een veilig nest hebben, en zij die als kraaien op een veld neerstrijken waar ze elk moment weer weggejaagd kunnen worden. De auteur laat ons daar een hele roman lang balanceren zonder partij te kiezen. Wat tenslotte overblijft is wat regelmatig te zien is in een stad: een rechthoekje uit de lappendeken van een urbanisatie waar zich allerlei ontwikkelaars over zullen buigen. Stille, lege grond die tot bebouwing of beplanting geen deel uitmaakt van de wortels die sociale cohesie nodig heeft.

Dat van Hassel een scherpzinnig observator van menselijk gedrag is liet ze al in eerder werk zien. Ze is de schrijfster van meerdere bekroonde en gunstig ontvangen verhalenbundels en een roman. Ook nu legt ze de vinger op het akelige moment dat mensen met hun gedrag over een grens heen glijden. Stille grond bestaat uit negen delen die van een motto zijn voorzien, en die achter elkaar gelezen de leefbaarheid van een stad, in dit geval Rotterdam, bevragen. Centraal in de roman staat het burgerlijke protest tegen een terrein dat tijdelijk gebruikt wordt als dagopvang van het Leger des Heils. Een jonge moeder, Landa, die aan de overkant van de opvanglocatie woont, laat het meest fanatiek van zich horen.

Een moeder met een project

Landa is een borrelende soep van moederhormoon en gebrekkige nachtrust die haar gevoelsleven op scherp stellen. Je kunt je als lezer voorstellen dat zo’n kersverse moeder haar dochtertje uit de buurt van zwervers wil houden die mogelijk verslaafd of geestesziek of misschien wel allebei tegelijk zijn. De omschakeling van een werkend bestaan naar thuiszittend moederschap valt haar zwaar, haar man praat net iets te vaak over het meisje van de markt en haar vriendinnen zijn fases verder in het moederschap. Landa wordt begrijpelijkerwijs het actiefste lid van de vereniging van eigenaren in de strijd om haar omgeving mooi en kindvriendelijk te maken. Ondanks haar vergaande methodes, zo schuwt ze het bijvoorbeeld niet om de kleffe, plaatselijke vertegenwoordiger van een volkspartij voor haar kar te spannen, blijft ze een moeder waarvoor je begrip blijft opbrengen. Ook al vraag je je soms af waarom verhuizen geen optie is, zoals haar man voorstelt. Bijzonder vilein is de valkuil die ze graaft, omdat ze daardoor de hulp moet inroepen van een van de zwervers die de opvang bezoeken, en je hoopt dat hierdoor iets van wederzijds begrip ontstaat. Van Hassel houdt het spannend, al heb ik wel mijn wenkbrauwen gefronst bij de idee dat politieagenten vanwege graffiti ’s avonds laat aanbellen bij een bewoner van een flat.

Het gras aan de overkant

De dagopvang voor de daklozen staat onder de bezielde leiding van maatschappelijk werker Johannes. Een man voor wie het stukje grond dat bij de locatie hoort een soort godsgeschenk is omdat het de heimwee naar de noordelijke kleigrond uit zijn jeugd stilt. Een man die zijn pappenheimers kent, en geen splintertje begrip kan opbrengen voor de klagende en muggenzifterige buurtbewoners. Wreed genoeg probeert hij met de weinige middelen die de dagopvang ter beschikking staan juist een groen paradijs te kweken. Wel dan niet met de schommels die Landa voor ogen heeft, maar toch. Iets dat de buurt in zijn ogen mooier maakt. Uiteindelijk projecteren namelijk zowel Landa als Johannes een verlangen naar veiligheid en geborgenheid op een strook grond die braak ligt.

Sanneke van Hassel weet de morsigheid van deze rafelrand te treffen, en de bureaucratische bestuurders die er als een klapwiekende schaduw boven hangen. Niet alle weefsels die de auteur uit de lappendeken van de stad lostrekt worden weer keurig ingestopt. Als Johannes in zijn streven om een junkie te redden onderuitgaat, en je niet weet hoe chantabel hij daardoor wordt, blijft het knagen. Wie redt bijvoorbeeld Johannes die met zijn muntstekje op vijftienhoog woont en van wie de eenzaamheid als tannine op je gemoed achterblijft.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Midden in de stad werkt Johannes al jaren met daklozen en verslaafden. Op het terrein van de opvang is hij een tuin begonnen, heimelijk terugverlangend naar de weilanden van zijn jeugd. Vanuit haar appartement aan de overkant kijkt Landa met haar baby op de arm naar het rommelige complex. Ze droomt van een parkje met schommels en wil dat de opvang verdwijnt. Als ze geen gehoor vindt bij haar omgeving smeedt ze een gewaagd plan.

Als de deur openschuift, rent ze de gang in, de flat is een complex van cellen, achter hun deuren sluiten de bewoners zich af van de stad. Zelf heeft ze een junk nodig om haar huis binnen te komen.

Toon meer Toon minder
€ 20,99

Verwachte leverdatum: zaterdag 16 november


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789023454274
Verschijningsdatum
augustus 2017
Druk
1
Aantal pagina's
224 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
Categorieën

Uitgever
Bezige Bij, De

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden